Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie): Voorzitter. De SER stelt dat de Lissabonstrategie gericht moet zijn op het bevorderen van de maatschappelijke welvaart, inclusief planet, profit en people. De SER onderstreept daarmee de ChristenUnie-motie van mijn fractiegenoot Wiegman-van Meppelen Scheppink. Die motie vraagt om een visie op de Lissabonstrategie, waarin gerichtheid op duurzame groei, solidariteit en kwaliteit van het leven binnen en buiten de EU een plek krijgt. De ChristenUnie wil niet uitgaan van de stelregel «hoe meer groei, des te beter het ons gaat». Wij zijn dan ook verbaasd dat het kabinet geen reden ziet om de koers van de Lissabonstrategie fundamenteel te veranderen. Juist nu ziet de Christen- Unie kansen voor een fundamentele omslag in het denken over groei en welvaart. Het besluit over de nieuwe Lissabonstrategie komt wat ons betreft op een goed tijdstip. De huidige crisis is een momentum om met het verleden te breken. Dat houdt ook in dat wij sociale en ecologische factoren mee willen gaan wegen. Juist bij de Lissabondoelen is het belangrijk dat wij resultaten meten en vergelijken. Naast het bruto binnenlands product hebben wij hiervoor ook hoogtemeters nodig die aangeven hoe ver wij af zijn van een duurzame en solidaire economie. De Verklaring van Tilburg, het appel van Antwerpen en het ons recent aangeboden Momentum Manifesto doen concrete voorstellen voor het breder meten van de gezondheid van de economie. Ook de Europese Commissie heeft inmiddels de bruikbaarheid van het bbp als goede graadmeter ter discussie gesteld.
Mevrouw Gesthuizen (SP): Hoor ik u zeggen dat die koerswijziging nodig is omdat het beleid van Europa tot nu toe absoluut niet sociaal te noemen is?
Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie): Dat hoort u mij niet zeggen. Het enige wat ik zeg, is dat een koerswijziging nodig is. Omdat we nu een crisis hebben, is het momentum er nu om ons meer te richten op andere factoren en niet meer alleen op welvaartsgroei. Dat is wat ik zeg. In het voorjaar toonden de minister-president en de minister van Economische Zaken hun politieke wil om het maatschappelijke rendement van publieke uitgaven uiteindelijk mee te nemen in analyses en modellen. Waarom zien wij dat hier niet terug? Economische, sociale en duurzame doelstellingen kunnen elkaar versterken, zo stellen de SER en het kabinet. De ChristenUnie merkt hierbij wel op dat het beeld er niet altijd zo rooskleurig uit ziet. Soms is het beeld asgrauw. Het halen van klimaatdoelstellingen staat bijvoorbeeld onder druk door toekomstige lage prijzen in het emissiehandelssysteem. Er dreigt overcapaciteit van grijze stroom die de energietransitie naar «duurzaam» in de weg zal staan. De ChristenUnie pleit voor een stevige Nederlandse inzet om de milieu-, klimaat- en energieproblematiek in de Lissabonstrategie te verankeren. Neemt het kabinet de SER-aanbeveling over om de ecologische dimensie uit het Milieuactieprogramma van de EU stevig in de nieuwe Lissabonstrategie te krijgen? Bovendien moeten de effecten van het Lissabonbeleid voor de internationale omgeving en in het bijzonder voor ontwikkelingslanden een plek krijgen. Waar zien wij die effecten in terug? Hiernaast onderschrijf ik het belang van het beter verbinden van de EU-begroting aan de Lissabondoelstellingen. Wederzijds leren en monitoren moeten beter. De ChristenUnie ziet ook belangrijke uitdagingen, zowel voor de EU als voor Nederland, op het gebied van kennis en innovatie. Op dit moment scoort Nederland gemiddeld of goed. Wel heeft Nederland een achterstand op private R&D-uitgaven ten opzichte van de EU-15. Volgende week zullen wij tijdens het AO over innovatie verder komen te spreken over de innovatiekracht van Nederland.